Leeg

Gepubliceerd op zondag 5 juni 2016

































Het is leeg. De laatste spullen hebben we net uit haar kamer gehaald. Met een leeg gevoel sluit ik de deur van haar oude kamer achter me dicht. Zelfs haar naamkaartje hangt er niet meer. 

Mijn lieve beppe. Het is leeg in haar hoofd. Dementie, of beter gezegd de boosdoener Alzheimer, maakt langzaamaan haar hersenen leeg. Dat maakt dat ze moest verhuizen naar een ''leefgroep''. Ze herkent mijn vader, maar als er wordt gevraagd of ze mij nog kent, kijkt ze me aan alsof ik een vreemde ben. Nee, ze kent me niet. Ze gaat steeds meer achteruit. Haar blik is leeg. Praten doet ze niet, tenzij wij het gesprek aanknopen. Maar veel heeft ze niet te vertellen, en veel weet ze niet.

Er komt een mevrouw van de leefgroep binnen. ''Waar woon je?'' vraagt ze aan mijn moeder. ''Kollum'', vertelt mijn moeder enthousiast. ''Onbekend'', zegt de mevrouw. ''Waar woon je?'', mijn moeder kijkt de mevrouw kort na haar antwoord weer aan en vertelt hetzelfde. ''Onbekend'', luidt het antwoord weer. ''Hoe laat is het?''. Het is kwart over 8. De vrouw kijkt bedenkelijk. ''Ik wil mijn pil en ik wil op bed'' roept ze luid. De begeleidster geeft aan dat het nog geen tijd is. De vrouw zucht, en kijkt mij aan. ''Waar woon je?'' ik vertel dat ik in Kollum woon, wat geheel onbekend voor haar is. Ze draait haar vervolgens weer om naar mijn moeder. ''Waar woon je?''. Kort daarna vraagt ze of ze haar pil mag. En of ze op bed mag. En waar ik woon. En waar mijn moeder woont.



Mijn beppe staart voor zich uit. De tv staat aan, maar ze krijgt er niks van mee. De blik in haar ogen is leeg. Wat gaat er op zo'n moment toch in haar om?

''Waar woon je?'' vraagt de vrouw aan mijn moeder.

Er komt een nieuwe mevrouw in de kamer. ''Ik word er gek van'', schreeuwt ze. Ze kijkt mij aan met ook een lege blik. ''Ja, dat snap ik'' reageerde ik. Ze ging nog harder schreeuwen. Alsof ze op de automatische piloot staat. ''Ik word er gek van'' roept ze weer, terwijl ze wild met haar handen zwaait. Een begeleidster pakt haar bij haar armen en fluistert of ze warme chocolademelk wil. Even is ze rustig, tot ze tekeer gaat tegen de begeleidster. Zoals ze zelf zegt, ze wordt er gek van. Naast mij zit een andere mevrouw. Ze is nog redelijk helder van geest. ''Oh, die wordt overal gek van.''

En weer...

''Ik word er gek van''

''Waar woon je?''
''Ik wil mijn pil! Is het al tijd? Ik wil op bed''
''Woon je in Kollum?''

''Ik word er gek van''

''Woon je in Kollum?''
''Waar woon je?''
''Kollum staat op je voorhoofd geschreven''
''Waar woon je?''
''Is het al tijd voor mijn pil?''
''Ik wil op bed''

''Ik word er gek van''

Als oren op batterijen werken, dan zijn de batterijen van mijn beppe leeg. Ze kijkt niet op of om. Pas als we reageren op de mevrouw die er gek van wordt, lacht ze. Maar of ze het meekrijgt? Aan haar lege blik te zien niet.

Ik heb diep respect voor de mensen die met demente ouderen werken. Vat dit niet verkeerd op, maar het is best lachwekkend als de vraag ''waar woon je'' al tien keer is gesteld in vijf minuten tijd. Maar vanbinnen huil ik. Wat gaat er in hemelsnaam in die mensen om? Zouden ze het wel door hebben?

Met een leeg gevoel rijd ik weer naar huis. Later vult de leegte zich met onbegrip. En dankbaarheid.