Daar sta je dan, met je goede gedrag

Gepubliceerd op woensdag 3 februari 2016

Photo from journalisje

''Laat ze maar lopen'', ''als het Nederlanders waren had je dit zeker niet gedaan'', ''Laat ze maar letterlijk in de kou staan'' is even een greep uit de reacties die ik vandaag op een Facebookpost kreeg omdat ik om hulp vroeg voor mijn medemensen. 

Ik zit na een lange stagedag in de bus. De griep suddert nog wat na, en ik heb de nacht zelf niet goed geslapen. Je begrijpt dat ik nogal moe ben. Het is erg rustig in de bus. Gek, want normaal is het rond deze tijd erg druk. Mijn oog valt op een meisje met mooie bruine haren. Grote bruine ogen, die angstig in het rond kijken. Elke beweging volgt ze met haar ogen. Ik schat haar een jaar of 8. Ze spreekt geen Nederlands merk ik op wanneer ze met haar vader praat. Ze heeft veel tassen bij zich, evenals haar vader. Ik denk dat ze onderweg zijn naar de opvanglocatie nabij Kollum. Haar ogen ontmoeten de mijne, en ik geef haar een grote glimlach. Die mensen worden hier al door sommigen uitgekotst, en wat kunnen die kinderen er aan doen. Haar mondhoeken krullen op tot ook een glimlach. De bus begint te rijden.


Na 5 minuten is de bestemming bereikt. Het meisje en de man moeten toevallig ook bij deze halte eruit. Strompelend lopen ze de bus uit met de zware tassen. Maar nu komen ze tot de conclusie dat ze hier helemaal niet moesten zijn. Iemand was zo ''stoer'' geweest om de verkeerde weg te wijzen. Expres. Waar haal je dat lef toch vandaan? De buschauffeur staat nog bij de halte en heeft door wat er aan de hand is. Hij kan niks betekenen, omdat hij ook weer verder moet. Daar sta je dan met je goede gedrag bij de bushalte samen met een jong meisje en een man. Ik ben niet de enige die er met het goede gedrag staat, want de man en het meisje lijken ook hele goede mensen. Ik voel me meteen verantwoordelijk. Zulke mensen laat je toch niet aan hun lot over? 

Ja, wat doe je op zo'n moment wanneer je zelf geen auto (noch rijbewijs) hebt? Ik kan ze moeilijk mijn fiets geven. Ik probeer uit te zoeken of er nog een bus naar de opvanglocatie in kwestie gaat. Ik maak een gebaar waarmee ik doel of hij nog geld heeft. Hij schudt zijn hoofd. Dat is overduidelijk een nee. De man haalt als bewijs een lege beurs tevoorschijn. Er vanuit gaande dat er nog een briefje van 10 in mijn eigen beurs zou zitten, pak ik mijn eigen beurs tevoorschijn. Niets was minder waar, er zit enkel nog voor 4 euro aan kleingeld in. Nooit genoeg voor een ritje naar de opvanglocatie, die hier 5 kilometer van verwijderd is. Ik pak mijn telefoon en plaats een update op Facebook (inmiddels verwijderd voor de nieuwsgierige mensen) of iemand twee vluchtelingen naar de opvanglocatie kan brengen. Het woord vluchtelingen had ik nooit in de mond moeten nemen, want zowel de negatieve (als positieve) reacties stromen binnen. Waaronder een paar die je bovenaan dit artikel kunt lezen.

Photo from journalisje

En de vraag of ik deze vraag op Facebook ook zou stellen wanneer het een Nederlander zou zijn. Deze vind ik absurd, heel erg dom. Ik sta volgens mij met open mond naar mijn scherm te kijken. Mensen die mij goed kennen, weten dat ik dit voor iedereen doe. Hoe vaak ik wel niet word opgehaald van het station en ik tegen willekeurige mensen zei: ''stap maar in, je moet ook naar Kollum toch?'' wanneer ik de bus mis. Ongeacht kleur. Sekse. Ras. Voorkeur voor liefde. Geloof. Ik geef om mijn medemens. Eigenlijk ben ik geen verklaring schuldig, maar omdat je van die mensen hebt die je proberen te dissen met zo'n belachelijke opmerking in hoop daar veel likes op te krijgen, ja, daar móét je gewoon op reageren om ze uit hun zwart-witte denkpatroon te halen.

De man haalt een kaartje van de opvanglocatie tevoorschijn waarop een nummer staat. Ik toets het nummer in, maar het is onbereikbaar. Ik probeer het nog eens. En nog eens. Via Google vind ik een ander nummer. Ook deze is onbereikbaar. Met de intentie ''de aanhouder wint'' bel ik nogmaals het nummer van het kaartje. Aan de andere kant van de lijn klinkt een stem. Ik doe mijn verhaal over de mensen die nu verloren op een andere locatie staan. Of ik even pen en papier wil pakken, want ik moet een ander persoon bellen. Het nummer herhaal ik, omdat ik geen fouten wil maken. Dan hang ik op, en bel ik het andere nummer. Er wordt opgenomen door Pepijn. Pepijn zou iemand sturen die de mensen op zou komen halen. Ik gaf de mensen een glimlach, en stak mijn duim op. Zouden ze het begrijpen? De man wordt ook gebeld. Het blijkt zijn zwager uit Rotterdam te zijn. De telefoon wordt aan mij overhandigd. Ik doe mijn verhaal aan een Nederlands sprekende man. Of de man door kan geven aan de verloren man dat hij zometeen opgehaald wordt. 

Mijn vingers voel ik bijna niet meer omdat we nu al 47 minuten in de kou staan, maar ik zie om de hoek een zilveren auto rijden. De auto stopt. Het is gelukt, missie volbracht. Het is niet te omschrijven hoe blij de mensen zijn.

Hoe ik me hierbij voel? Neutraal. Ben ik trots op mezelf? Nee! Het is vanzelfsprekend om je medemens te helpen. Wat ik wel achterlijk vind, zijn de reacties van sommige mensen. Loop zelf maar eens in een wildvreemd dorp in een land waarvan je de taal niet spreekt, zonder geld. Alsof je in een woestijn staat te schreeuwen en niemand je hoort. Denk even goed na voordat je zo'n ongenuanceerde rot reactie plaatst, wil je? Dank.

En ook dank aan de mensen die zich juist hebben bekommerd, graag wilden helpen maar niet konden. Jullie geven mij een sprankje hoop dat Nederland niét helemaal aan het verharden is! <3 font="" nbsp="">